Het gedeelte Device (Apparaten) in de Linksys-app biedt een overzicht van uw thuisnetwerk(en) en een lijst met alle apparaten die momenteel of in het verleden met uw netwerk zijn verbonden. Door op een apparaat te tikken, krijgt u specifieke identificatiegegevens en kunt u aanpassen hoe het apparaat wordt weergegeven in Linksys Smart WiFi. Dit artikel geeft u instructies voor het beheren van meerdere apparaten via het gedeelte Device (Apparaten) in uw Linksys-app.
Voordat u verdergaat, moet u de Linksys-app downloaden en installeren op uw Android™- of iOS-apparaat. Houd er rekening mee dat de weergegeven stappen en afbeeldingen kunnen verschillen, afhankelijk van het besturingssysteem van uw mobiele apparaat en de versie van de Linksys-app.
Instructies
2. Tik op het dashboard op het menupictogram in de linkerbovenhoek.
3. Tik op Devices (Apparaten).
4. De lijst met apparaten, routers en nodes wordt weergegeven onder Connected Devices (Verbonden apparaten). Verbonden apparaten worden weergegeven met een WiFi- of ethernetpictogram ernaast. Tik op een verbonden apparaat.

Wanneer u dubbele namen op de apparaten ziet, controleer dan of de apparaatnaam in het gedeelte Offline apparaten staat. Tik op Edit (Bewerken) en verwijder het apparaat met de dubbele namen. U zou nu één apparaat in het gedeelte Online moeten hebben. Dit kan komen doordat apparaten standaard Gerandomiseerde MAC-adressen hebben ingeschakeld. U kunt deze functie ook uitschakelen op uw clientapparaat.
5. Onder de apparaatnaam vindt u informatie over de verbinding. U kunt het pictogram van het apparaat vervangen door op Change Icon (Pictogram wijzigen) te tikken.

7. Tik op Save (Opslaan) om de aangebrachte wijzigingen op te slaan.
Als u naar een ander apparaat wilt overschakelen, gaat u terug naar Connected Devices (Verbonden apparaten) en tikt u op een ander apparaat in de lijst.
Meer informatie:

